GO! leefschool 't Veertje
Grote dromen beginnen klein

5 fasen van een leefschool

Fase 1: Geborgenheid en veiligheid

Op onze leefschool creëren we een sfeer van veiligheid en geborgenheid.  Elke klasruimte straalt een huiselijke sfeer uit. Dit gevoel van veiligheid en geborgenheid vormt de basis.

De begeleid(st)ers bieden een klimaat waarin iedereen zich thuis en op zijn gemak kan voelen. Ze leren er ook respectvol omgaan met anderen en met materiaal en leren instaan voor hun eigen veiligheid, die van hun omgeving en die van anderen. 

” ’s Morgens gaan mama of papa mee naar de kring. Die lijkt op een living. We doen dan onze pantoffels aan en spreken af wat er gaat gebeuren.”

Fase 2: het wij-gevoel

In GO! leefschool ’t Veertje werken we met leefgroepen waar kinderen van twee leeftijden samen zitten.  Dit zorgt voor een groot samenhorigheidsgevoel en zet aan tot zorgzaamheid. De kinderen delen kennis en ervaringen, steken veel op van elkaar en leren samenwerken.

Het wij-gevoel vind je ook terug in kringmomenten. Zo hebben we een vertel-, actualiteits-, gevoelens-, toon- en  filosofeerkring. De kinderen leren er naar elkaar luisteren en samen oplossingen vinden.

We werken ook samen over de leefgroepen heen. Op het forum bijvoorbeeld, komen alle klassen samen en tonen de kinderen wat hen bezighoudt.

We betrekken ook de ouders in het wij-gevoel. We hebben verschillende werkgroepen (feestcomité, eco-tuin, boerderij en denkgroep) of je kan komen bijpraten in het oudercafé of helpen bij klasactiviteiten.

‘Wij’, dat zijn dus de kinderen, de leerkrachten en de ouders, als één geheel.

“Als we samen een project hebben uitgewerkt, vertellen we erover in het forum. Dan zijn we best trots op wat we voor elkaar hebben gekregen.“

“Je mag hier veel doen met je eigen ideeën. Je mag ook zeggen wat je van andere ideeën vindt. Iedereen mag zijn verhaal doen.”

Fase 3: Kiezen

Het leren maken van eigen, bewuste keuzes, leren inschatten van de gevolgen daarvan en het opnemen van verantwoordelijkheid zijn uiterst belangrijk voor kinderen.

In GO! leefschool ’t Veertje ontwikkelen kinderen deze vaardigheden doorheen de projecten. Ze stellen zelf onderwerpen voor en kiezen door overleg en stemming een project, waar ze gedurende 2-3 weken aan willen werken.
Elk project dient evenwel aan bepaalde eisen te voldoen. Zo moet het o.a. nieuw zijn en bij voorkeur een probleem met zich meedragen. Iedereen moet eraan kunnen meewerken.  We bevorderen het leerproces door ruimte te maken voor de interesses en vaardigheden van elk kind. Zo krijgen ze de kans om hun talenten maximaal te ontwikkelen.

Elk project moet ook een duidelijk eindproduct hebben. De groep bepaalt wat zij willen weten, kennen en doen om het probleem op te lossen en hoe zij dit willen realiseren.  De begeleid(st)ers waken erover dat de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor elk leergebied (taal, rekenen, muzische vorming, wereldoriëntatie, …) aan bod komen.

Om de oudsten zelfdiscipline en planning bij te brengen krijgen ze huiswerk, als voorbereiding op het middelbaar onderwijs.

Fase 4: Ordenen en begrijpen

In de leefschool betrekken en begeleiden we de kinderen zoveel mogelijk in de zoektocht naar oplossingen voor problemen. Wat de kinderen zelf gezocht, ervaren, beleefd en begrepen hebben, blijft veel beter en langer hangen.

De kinderen gaan – overeenkomstig de vooropgestelde leerdoelen – informatie en materiaal zoeken en uitwisselen en actief verwerken. We proberen hen zodanig te stimuleren tot creatieve oplossingen, zelf experimenteren en zelfredzaamheid, zodat er niet op elk moment in het proces controle nodig is. 

Toch trachten we op tijd synthesemomenten in te lassen om de kinderen het geheel niet uit het oog te laten verliezen.
Het eindproduct (vaak in de vorm van een tentoonstelling, een film, een knutselwerk, een boek, een voordracht, …) wordt soms aan de buitenwereld (meestal de andere leefgroepen) gepresenteerd.

“Een probleem? Da’s een uitdaging. We leren door die aan te gaan. We gaan op verkenning (ook buiten de schoolmuren). Het schoolteam helpt ons steeds op weg.”

Fase 5: Initiatief nemen

Op een leefschool maken kinderen kennis met verschillende visies en proberen we regelmatig met de kinderen te filosoferen. We leren hen hun eigen mogelijkheden in te schatten zowel naar hun sterkere en minder sterkere eigenschappen toe. Op deze wijze bouwen we aan een evenwichtige zelfkennis. 

De kinderen krijgen ook de kans om zichzelf en de anderen te evalueren. We leren de kinderen omgaan met zowel positieve als negatieve kritiek, leren deze aanvaarden en verwerken.

“We evalueren niet met punten.

De woordrapporten bespreken we met de kinderen en zeggen duidelijk wat goed en minder goed loopt. Ze kunnen dan zeer concreet werken aan hun verbeterpuntjes.”